natuurkalender oktober 2025
Oktober 2025 was een zachte, maar ook sombere maand met slechts weinig zonuren. Van nachtvorst was (nog) geen sprake. Wel was het een kletsnatte maand met veel regen. Ook kregen we te maken met 2 stormen, die respectievelijk de namen Amy en Benjamin meekregen.
De vogels en in mindere mate de paddenstoelen kregen deze maand alle aandacht. Op vogelgebied waren dat achtereenvolgens: pimpelmees, boomkruiper, glanskop, putter, bonte kraai, boomleeuwerik, tapuit, sneeuwgors, sneeuwgans, bonte kraai, zeekoet, drieteenstrandloper, bonte strandloper, winterkoning, vuurgoudhaan en koperwiek.
Het schimmelrijk was deze keer goed voor: kaaszwam, kroontjesknotszwam, koraalzwam (Ramaria krieglsteineri), roodkleurende koraalzwam, witte koraalzwam, roodschubbige gordijnzwam, zwarte kluifzwam en olijfkleurig boomkussen.
Wij hopen dat u onze foto’s ook nu weer weet te waarderen. Aan zeldzaamheden dit keer in ieder geval geen gebrek. Alle opnames kunt u vergroot bekijken door er simpelweg op te klikken. Wij wensen u als steeds veel kijk- en leesplezier toe. We beginnen dit keer met een foto van een pimpelmees vanwege de enorme invasie van deze soort in deze kalendermaand.
De vogels en in mindere mate de paddenstoelen kregen deze maand alle aandacht. Op vogelgebied waren dat achtereenvolgens: pimpelmees, boomkruiper, glanskop, putter, bonte kraai, boomleeuwerik, tapuit, sneeuwgors, sneeuwgans, bonte kraai, zeekoet, drieteenstrandloper, bonte strandloper, winterkoning, vuurgoudhaan en koperwiek.
Het schimmelrijk was deze keer goed voor: kaaszwam, kroontjesknotszwam, koraalzwam (Ramaria krieglsteineri), roodkleurende koraalzwam, witte koraalzwam, roodschubbige gordijnzwam, zwarte kluifzwam en olijfkleurig boomkussen.
Wij hopen dat u onze foto’s ook nu weer weet te waarderen. Aan zeldzaamheden dit keer in ieder geval geen gebrek. Alle opnames kunt u vergroot bekijken door er simpelweg op te klikken. Wij wensen u als steeds veel kijk- en leesplezier toe. We beginnen dit keer met een foto van een pimpelmees vanwege de enorme invasie van deze soort in deze kalendermaand.
|
Zoals al aangekondigd, kregen we deze maand te maken met een enorme invasie aan Pimpelmezen (Cyanistes caeruleus), die ons land letterlijk overspoelden. Tenminste 300.000 exemplaren, voornamelijk afkomstig uit Noordoost-Europa, werden er medio oktober geteld. Dat was vooral het geval in onze kustgebieden. Dergelijke aantallen hebben we de afgelopen decennia nooit eerder meegemaakt. Ook in het binnenland was deze invasie merkbaar, vooral op voederplaatsen waren ze met “bosjes” aanwezig. Bij invasies van vogels in het najaar is er bijna altijd sprake van voedseltekort. Hierdoor zoeken vogels hun heil elders. Invasies van “pimpels” komen vaker voor in Nederland. De laatste dateert uit 2021. Toen waren de aantallen echter nog niet de helft van 2025.
|
|
Niet alles in het vogelrijk valt te regisseren. Neem deze dorstige Boomkruiper (Certhia brachydactyla) die een stronkje had uitgekozen om van daaraf te gaan drinken. Dat zou al een leuk plaatje hebben opgeleverd, ware het niet dat het beestje werd verstoord door andere vogels. En dat uitgerekend op het moment dat de fotograaf in kwestie wilde afdrukken. Dat leverde deze wegvliegende boomkruiper op, die de boeken ingaat als een gelukstreffer. In dit verband is het goed te vermelden dat we vanaf oktober tot in de winter ~ zij het slechts sporadisch ~ ook de Taigaboomkruiper (Certhia familiaris) kunnen tegenkomen. Het is het kleine broertje van de “gewone” boomkruiper. Beide soorten zijn nauw verwant en lijken zeer sterk op elkaar. Waar de gewone boomkruiper spiraalsgewijs langs boomstammen omhoog kruipt op zoek naar insecten, doet “de taiga” dat al “huppend” verticaal.
|
|
De volgende wegvliegende vogel is die van een Glanskop (Poecile palustris), die even tevoren een pit uit een zonnebloem had gepeuterd en maakte dat d’íe er mee weg kwam, want ze zijn lang niet zo fel als bijvoorbeeld kool- en pimpelmees. Altijd maken ze gebruik van een onopvallend moment om een graantje mee te pikken. Zo ook in deze situatie. Wist u trouwens dat de zonnebloem oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt? In ons land komen ze zowel verwilderd als in aangeplante vorm voor. Met een indrukwekkende hoogte tot vier meter en grote, felgele bloemen met een donkerbruin hart is het een opvallende verschijning. Niet alleen mezen, maar ook boomklevers, mussen, groenlingen, kepen en putters zijn dol op de pitten van de zonnebloem.
|
Over die laatste soort gesproken: Putters (Carduelis carduelis) zijn niet alleen dol op zonnebloempitten, maar ook op zaden van elzen en distels. Ze worden, gerelateerd aan dat laatste, dan ook niet zelden distelvinken genoemd. Nu we de winter naderen, zien we dat op veel plekken waar bloemstroken zijn ingezaaid zich grote groepen putters “storten” op achtergebleven zaden. Zo helpen we direct en indirect niet alleen vlinders, bijen en overige insecten, maar ook vogels. Hoe dankbaar is dat! Putters zien er prachtig uit met hun rode gezicht, zwart-witte koppie en gele bandering in de vleugels. Pakweg 40 jaar geleden was het nog op veel plekken een schaarse broedvogel; nu echter broeden ze in praktisch elk dorp of elke stad. Het is een echte cultuurvolger geworden, zoals ook uit deze foto blijkt.
|
In het kielzog van de vele oeverpiepers, die via de basaltkeien van de Waddenzeedijk op Schiermonnikoog hun trekroute zuidwaarts vervolgden, zagen we tijdens genoemde excursie ook ettelijke Tapuiten (Oenanthe oenanthe). Ook die waren overduidelijk op trek. Om de fotograaf te “pleasen” ging dit exemplaar er eens lekker voor zitten en liet zich van nabij gewillig fotograferen. Vanwege het formaat en het krachtige rozebeige op borst en buik zou dit zo maar eens de Groenlandse vorm (Oenanthe oenanthe leucorhoa) kunnen zijn, afkomstig uit Groenland dan wel IJsland. Zekerheid krijgen we niet, omdat een zekere determinatie eigenlijk alleen maar mogelijk is als de vogel is gevangen en gemeten. Zoals bekend hebben tapuiten een opvallende staarttekening (zwarte T-vorm op een verder witte staart). Dit patroon is pas te zien als ze (op)vliegen.
|
Nu we het toch over vroeger hebben, is het goed om ook de Bonte Kraai (Corvus cornix) nog eens te benoemen. Ongeveer 50 jaar geleden was deze kraaiachtige in onze contreien nog een wintergast in groot aantal. Vooral het Westerikkerbroek in Saasveld was een aantrekkelijke winterlocatie voor deze soort. Telkenjare kwamen ze hier terug, evenals op pleisterplaatsen in het Wierdense veld en de Engbertsdijksvenen. Door een veranderd trekgedrag zien we ze hier helaas vrijwel nooit meer. Da’s jammer want het was in die tijd een vertrouwd gezicht in de winterperiode. De vliegende bonte kraai op de foto is onlangs gefotografeerd tijdens onze jaarlijkse weekendexcursie op Schiermonnikoog.
|
|
Vele malen schaarser ~ althans landelijk gezien ~ is de Sneeuwgors (Plectrophenax nivalis); een wintergast uit Noordelijke streken. Het is één van de weinige vogels, die absoluut niet schuw is, omdat ze gewoonweg geen mensen kennen. Dit exemplaar foerageerde in z’n eentje in de buurt van de Bank van Banck op “Schier”. Vooral het aanwezige beklinkerde pad was bij het foerageren favoriet. Het beestje trok zich van de aanwezigheid van – tig natuurfotografen totaalweg niets aan, noch van de fietsers, die ‘m meerdere keren zowat van “de sokken” reden. De sneeuwgors is sterk gebonden aan de kust. De meeste vogels worden dan ook daar gezien. In het binnenland is de soort zeldzaam.
|
Op dit ~ voor ons zo geliefde ~ Waddeneiland kon ook deze Boomleeuwerik (Lullula arborea) worden geportretteerd. Ze waren met z’n drietjes en deden in de buurt van de Kooiplas hun uiterste best om door het nemen van een zandbad de parasieten op hun lichaam of in de veren kwijt te raken. Bijzonder genoeg lieten de vogels zich relatief dicht benaderen. De boomleeuwerik is overigens een korte-afstandstrekker, die in Nederland in het vroege voorjaar weer terugkeert uit Zuid-Europa. De meeste vogels broeden in Spanje en Portugal. In andere landen is de soort veel schaarser i.v.m. minder geschikte broedplaatsen. Ook in ons land is het een schaarse broedvogel.
|
|
Ook niet al te schuw zijn Drieteenstrandlopers (Calidris alba), waarvan dit exemplaar in dezelfde periode aan het Noordzeestrand kon worden gefotografeerd. Het beestje is nog gedeeltelijk in zomerkleed. De winterkledij ziet er duidelijk anders (witter) uit. In het betreffende weekend hebben we er misschien wel een paar honderd gezien. Het zijn heerlijke dribbelaars, die vrijwel geen moment stilstaan en constant langs de waterlijn op zoek zijn naar een “snelle hap”. Als je zelf met de camera stil blijft staan, komen ze in de regel behoorlijk dichtbij, zoals ook in de onderhavige situatie
|
Een vogel, die eveneens aan de winter doet denken, is de Sneeuwgans (Anser caerulescens). Het is onduidelijk hoeveel Sneeuwganzen van wilde herkomst Nederland jaarlijks aandoen. Het merendeel betreft in ieder geval uit gevangenschap ontsnapte vogels of nakomelingen daarvan. Ook kruisen ze zich nogal eens met andere ganzensoorten. In Twente worden vrijwel nooit sneeuwganzen gezien. Daarom was het een “big surprise” dat één van onze fotografen met deze foto, gemaakt in Vriezenveen, ”op de proppen” kwam. Van origine is de soort inheems in Noordoost-Siberië, Alaska, Canada en Groenland. Zelf kan ik me maar één waarneming van een sneeuwgans herinneren uit onze regio, namelijk in de winter van 1972 in de buurt van de vliegbasis Twente. Dat is intussen 43 jaar geleden!
Het veel algemenere broertje van de vorige soort, is de Bonte Strandloper (Calidris alpina), waarvan ze het bonte deel in de benaming in de winter wel weg kunnen laten. De zwarte onderbuik is dan volledig verdwenen, waardoor het winterkleed vrij saai oogt zonder duidelijke kenmerken. Goed op de foto is te zien dat de snavel enigszins naar beneden gebogen is. De snavellengte van deze strandlopersoort is nogal variabel. Bijna 30 % van de Europese bonte strandlopers overwintert in Nederland. Op trek kun je ze langs de kust dan ook in grote groepen tegenkomen; zo ook op Schiermonnikoog. De soort foerageert met graagte in kwelders en slenken, zoals ook ten tijde van deze foto
|
|
Wederom op “Schier” kon bij de Westerplas deze opname worden gemaakt van twee vliegende Slobeenden (Spatula clypeata). Vanwege de grote lepelvormige snavels lijken ze in de vlucht enigszins “kopzwaar”. Met hun bijzondere snavel “slobberen” ze plantaardig voedsel uit het water. De donkere koptekening en de groene vleugeldelen maken dat het in dit geval twee mannetjes zijn. Beide vogels bevinden zich nog in overgangskleed, wat over niet al te lange tijd zal veranderen in een prachtig baltskleed. Slobeenden leven in laaggelegen, natte gebieden. Mede door hun voorkeur voor plantaardig voedsel behoren ze tot de (secundaire) weidevogels.
|
Nog een vluchtfoto, opnieuw gemaakt op Schiermonnikoog, betreft dit tweetal Rotganzen (Branta bernicla). Bij deze vogels valt meteen de witte halsring op. Mensen met weinig kennis van vogels kijken je wel eens vreemd aan, als je het over rotganzen hebt. De naam heeft echter alles te maken met het geluid wat ze produceren en niet omdat we een hekel aan ze hebben. Rotganzen broeden niet in ons land, maar op de Siberische toendra's. In de winter komen ze massaal onze kant uit om in het Waddengebied en de Zeeuwse Delta te overwinteren. Niet zelden tref je in hun gezelschap Roodhalsganzen (Branta ruficollis) aan
|
|
Nu toch veel aan watergebonden vogels de revue passeren, past een opname van een Zeekoet (Uria aalge) hier natuurlijk mooi bij. Bijgevoegde vogel werd gefotografeerd op het Lauwersmeer. De soort is gebonden aan zout water en laat zich vrijwel alleen langs de kust zien. Ze zijn hier het talrijkst van oktober tot en met april. De meeste vogels worden gezien als ze langs vliegen, maar zijn in de vlucht (vaak mede vanwege de afstand) lastig te onderscheiden van alken. Door verzwakking, ondervoeding en sterke windkracht worden ze nogal eens het strand opgeblazen of komen terecht in havengebieden. Aan het einde van de zomer zijn het vooral jonge vogels die dit overkomt. Zo te zien hebben we hier evenwel te maken met een adulte zeekoet.
|
Bij het Groningse dorpje Lauwersoog kon deze foto worden gemaakt van een Koperwiek (Turdus iliacus), die zich tegoed deed aan de bessen van de eenstijlige meidoorn. Bessen van onder meer lijsterbes, hulst, vogelkers en duindoorn staan ook op het menu. De koperwiek is een relatief kleine lijsterachtige met een opvallende wenkbrauwstreep en opvallende roestbruin/oranje flanken en oksels. De soort is vaak te horen tijdens de trek in oktober/november, als ze 's nachts in grote groepen over ons land trekken. In Noord-Europa is het een talrijke broedvogel van naald- en berkenbossen. Veel Koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Je ziet ze vaak in gezelschap van kramsvogels.
|
|
De Winterkoning (Troglodytes troglodytes) is geen fan van Koning Winter. Tijdens langdurige winterperiodes hebben ze het erg moeilijk om in leven te blijven. Hoe kleiner de vogel, des te sneller is er immers sprake van warmteverlies. Ze zullen in de koude periode dan ook veel meer moeten eten om dit te kunnen compenseren. In zware vorstperiodes heeft een winterkoning dagelijks bijna twee keer zijn lichaamsgewicht aan voedsel nodig. Veel jonge vogels sterven bij dergelijke winterse omstandigheden dan ook vroegtijdig. De kwieke winterkoning met zijn opgewipte staartje op de foto gaat wellicht een moeilijke periode tegemoet. Voor het beestje is te hopen dat het daarom niet te veel en te langdurig gaat winteren.
|
|
Paddenstoelen staan synoniem met de komst van de herfst. Alhoewel die vlieger lang niet altijd opgaat, is deze periode van het jaar wel degelijk dé paddenstoelentijd. Als je er goed op gaat letten, is de vormenrijkdom in het schimmelrijk verbluffend. Wat bijvoorbeeld te denken van deze prachtige Kaaszwam, waarvan alleen al in Nederland 25 verschillende soorten voorkomen. Ze kunnen zowel op loofhout, maar ook op naaldhout worden gevonden. De meeste kaaszwammen (orde Polyporales) zijn alleen met behulp van een microscoop met zekerheid te determineren. Alhoewel ook dit exemplaar niet volledig op naam kon worden gebracht, betreft het wel een fraaie foto.
|
Alhoewel de vorige soort tot de kleinere vogelsoorten wordt gerekend, kan het altijd nog kleiner. Vuurgoudhaan (Regulus ignicapillus) en Goudhaan (Regulus regulus) zijn immers de kleinste vogels van Europa. Omdat ze zo klein zijn, maken we ze nog eens extra klein door er de toevoeging “tjes” achter te zetten. Ze zijn inderdaad niet veel groter dan 9 cm en hebben een gewicht van amper 5 gram. Het afgebeelde vuurgoudhaantje verschilt van zijn neefje door de opvallende witte wenkbrauwstreep en zwarte oogstreep, zoals te zien op bijgaande foto. De oranjerode kruin maakt dat dit een mannetje is. Bij beide ieniemienies kun je mooi je gehoor testen door hun zang te beluisteren. Als je ze - zeg maar - binnen 5 meter niet kunt horen, dan weet je dat je gehoor niet (meer) al te best is.
|
|
De Kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus) werd in Nederland pas in 2004 voor het eerst ontdekt. Vanaf dat moment lijkt de soort te zijn begonnen aan een noordwaartse opmars. Hij groeit op liggende, ontschorste stammen van vooral (ratel)populier, wilg en abeel. Het gaat zo goed met deze soort dat deze intussen de status algemeen heeft verworven en dat in amper 20 jaar tijd! Ze hebben wel wat weg van Rechte koraalzwammen (Ramaria stricta). Ook die soort groeit op dood hout en heeft rechtopstaande vertakkingen. Ze zijn echter niet zo wit en vaak kleiner dan die van de kroontjesknotszwam. Het verschil in beide soorten zit ‘m vooral in de structuur van de vertakkingen. Bij de rechte koraalzwam ontbreken eenvoudigweg de ”kroontjes”. Deze zijn op bijgaande foto goed zichtbaar. De kroontjesknotszwam behoort overigens niet tot de familie van de koraal-, maar tot de zogeheten oorlepelzwammen
|
|
Wel tot de koraalzwammen behoort deze uiterst zeldzame Roodkleurende Koraalzwam (Ramaria sanguinea). Hiervan is alleen maar één vindplek in heel Nederland bekend; namelijk Landgoed de Voorst in Eefde. Jaren geleden werd deze zwam daar ontdekt en door experts microscopisch onderzocht en op naam gebracht. Zoals bij veel meer koraalzwammen werd ook deze paddenstoel in een oude beukenlaan aangetroffen. De geelachtige zwam dankt z’n naam aan de rode vlekken, die gaandeweg ontstaan. Op bijgaande foto zijn die (nog) niet zichtbaar. Als hij op zijn weg terug is, kleurt deze koraalzwam donkerrood.
|
Bijna net zo zeldzaam is een andere Koraalzwam uit het geslacht Ramaria, luisterend naar de wetenschappelijke naam: Ramaria krieglsteineri. Alhoewel er officieel nog geen Nederlandse naam aan deze soort “hangt”, wordt in mycologenkringen de soort al wel aangeduid als Citroengele prachtkoraalzwam. Zoals op de foto te zien kunnen we ons qua kleur daar wel in vinden. Ook in dit geval werden zeker vier exemplaren van deze soort ontdekt in een oude Beukenlaan. De eerste vondst in Nederland werd gedaan in Dalfsen en dateert uit 2010. De tweede waarneming volgde pas in 2017; dit keer dichterbij, namelijk het Duivelshof in Losser. Nu acht jaar later worden ze, zoals uit deze foto blijkt, hier nog steeds gevonden.
|
|
Op dezelfde locatie stonden ook enkele exemplaren van de Witte Koraalzwam (Clavulina coralloides). Deze soort komt niet alleen in Europa, maar ook in Noord-Amerika voor. Soms staan ze alleen, maar vaker in groepjes, zoals ook in dit geval. De soort is te vinden op humusrijke grond in naaldbossen, loofbossen en struikgewas. Het vruchtlichaam bestaat uit één of meerdere stammen en is 2 tot 8 cm hoog. De stammen zijn vertakt met enkel- of meervoudig vertakte toppen. In jonge toestand zijn ze zuiver wit of crèmewit. Later verkleuren ze vaak naar licht grijs. In tegenstelling tot de vorige twee soorten is de “witte” algemeen in ons land.
|
|
Een totaal andere soort, die deze maand vereeuwigd werd, is deze merkwaardig gevormde Zwarte Kluifzwam (Helvella lacunosa). Deze rare soort lijkt met wat fantasie wel wat op een prop of op een klein formaat hondenkluif. Ze groeien op veel open plekken, zoals houtopslagplaatsen, hellingen, in wegbermen en in loof- en naaldbossen. Een steenachtige omgeving met zanderige, arme grond tussen gras en groene kruiden geniet evenwel de voorkeur. De steel is relatief fors, tot 2 cm dik. Deze is hol en heeft een opvallend geribd oppervlak. De kleur van de steel is bleek grijs met een wat bruinige tint. Zoals op de foto te zien, zijn zwarte kluifzwammen lang niet altijd (pik)zwart van kleur. Dit exemplaar ziet er eerder bruin dan zwart uit.
|
De Roodschubbige gordijnzwam (Cortinarius bolaris), die u hier ziet, is eveneens in hetzelfde gebied op de gevoelige plaat gezet. De strontvlieg op de hoed maakt de foto nog net iets natuurlijker. De soort behoort tot de ongeveer 300 andere gordijnzwammen, die Nederland en België rijk zijn. Probeer ze allemaal maar eens te vinden en op naam te brengen! De Roodschubbige gordijnzwam is redelijk eenvoudig te herkennen. De hoed is om en nabij 2 tot 5 centimeter breed met roodachtige aanliggende schubben op een lichte ondergrond. Bij druk verkleuren ze naar geel. Het is een echte bospaddenstoel, die sinds de jaren zestig door verzuring sterk is achteruitgegaan. Sinds enige tijd lijkt de soort zich weer wat te herstellen. Het is dan ook een goede indicator hoe het gesteld is met z’n directe omgeving.
|
|
We sluiten de oktobermaand af met een slijmzwam oftewel een myxomyceet. Bij toeval werd in de omgeving van Lochem dit Olijfkleurig Boomkussen (Reticularia olivacea) gevonden. Er zijn van deze soort maar 21vindplaatsen bekend in ons land. De soort staat niet voor niets als zeer zeldzaam te boek. Na bestudering door experts werd de waarneming bevestigd. Wat zo mooi is aan deze opname, is dat zowel het begin als het eindstadium van de zwam is te zien. In Nederland en België komen 9 soorten boomkussens voor. Naast de olijfkleurige zijn dat het gele, groene, zilveren, rossige, dunwandige, witrand, wormvormige en het miniboomkussen. Hiermee sluiten we de maand in stijl af.
|
Samenstelling: Wim Wijering E-mail: [email protected] Tel. 06.46202123
Foto’s: Leo, Fons en Wim Wijering, Rinus Baaijens, Marcel Grunder, Rob Zonder, Johan Drop en Jaimey Wilbers
Foto’s: Leo, Fons en Wim Wijering, Rinus Baaijens, Marcel Grunder, Rob Zonder, Johan Drop en Jaimey Wilbers
We hebben deze maand nog veel meer natuurfoto’s gemaakt; echter zonder toelichting. Klik op “Hier” of surf eenvoudigweg naar de rubriek: “Recente Foto’s”.