NATUUR- EN VOGELWERKGROEP --"DE GRUTTO"
  • Home
  • Aktiviteiten
    • Landschapsonderhoud
    • Excursie verslagen
    • Ringaktiviteiten
    • Waarnemingen
  • Werkgroepen
    • Weidevogel bescherming
    • Uilen
    • Zwaluwen
    • Nestkasten
  • Foto 's
    • Recente foto's
    • Natuurkalender
    • Amfibieën en reptielen
    • Flora
    • Juffers en libellen
    • Landschappen
    • Paddenstoelen
    • Vlinders
    • Vogels
    • Zoogdieren
    • Aruba
  • Jeugd
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2020
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2019
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2018
    • Scholenproject Red de vlinder en de Bij 2017
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2016
    • Jeugdnatuurgroep
    • Voorlichting en educatie
  • Overig
    • Vogeltrektellingen
    • Soortbeschrijving
    • Bijzondere verhalen
    • Reisverslagen
    • Natuurnieuws
    • Vraag en Antwoord
    • Uit de oude doos
    • In memoriam
  • Contact

natuurkalender februari 2026

​Februari was kortweg gezegd zacht, droog en somber. Het aantal zonuren viel dan ook tegen. Halverwege de maand konden we – zij het voor even – weer genieten van een witte wereld. Dat is toch wat er in de winter een beetje bij hoort. Het slot van februari was gek genoeg de zachtste ooit. 

Ook deze maand hebben we weer een mooie serie foto’s kunnen maken. Qua vogels komt u deze keer aan uw trekken met achtereenvolgens: keep, sijs, appelvink, glanskop, sperwer 2x), buizerd, ooievaar, topper, mandarijneend, krakeend, kuifduiker, dodaars, middelste bonte specht en koperwiek.  

Voorts hebben we een mix aan andere natuuropnames, zoals gewoon sneeuwklokje, winterakoniet, rhododendronknopvreter, aardhommel, snorzweefvlieg en landkokerjuffer. We sluiten af met de heidekoe, een tafereeltje van schaduw en licht en het besneeuwde landschap van de Peddemorsplas. 
​
We beginnen deze keer eens niet met vogels, maar met planten en insecten. Alle opnames zijn vergroot te bekijken. Als steeds wensen wij u zowel veel kijk-, maar ook veel leesplezier toe. 
Afbeelding
Gewoon sneeuwklokje ~ bloeivorm ~ 26-02-2026 Lange Maten Reutum foto Wim Wijering
Ook de Winterakoniet (Eranthis hyemalis) behoort tot één van de eerst bloeiende plantensoorten in de winter. De soort valt met zijn gele bloemen in de loofbossen direct op. Het is een echte schaduwplant en behoort, net als de verwilderde sneeuwklokjes, tot onze stinzenflora. Het is een plant uit de ranonkelfamilie, die er al heel vroeg bij is. De plant zelf heeft stengels met daarop telkens één gele bloem, die omringd wordt door een krans van ongeveer zes ongesteelde bladeren. De bloem heeft meestal zes langwerpige bloemdekbladen. Op bijgaande foto zijn van dichtbij alle details te zien.  
Foto
Aardhommel ~ in krokus ~ 27-02-2026 Nijstad Weerselo foto Wim Wijering
Op 27 februari j.l. kon reeds een Snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus) op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Deze zweefvlieg dankt zijn naam aan de smalle, zwarte bandjes tussen de oranje banden op het achterlijf. De bandjes lijken op het bekende “Zorrosnorretje”. Het is de meest algemene zweefvlieg van ons land. Bovendien is het één van de weinige zweefvliegsoorten die de winter doorbrengen in een volwassen stadium. Dat geldt overigens alleen voor de vrouwtjes. Die kun je praktisch het hele jaar wel ergens tegenkomen; in de winterperiode evenwel slechts in kleine aantallen. De eitjes worden het liefst gelegd op planten waar veel bladluizen op zitten. Deze dienen als voedsel voor de larven. Zweefvliegen zijn daarmee, samen met bijvoorbeeld lieveheersbeestjes, belangrijke bestrijders van bladluizen. Ook voor de bestuiving van gewassen zijn ze van groot belang. Laat Zorro dus nog maar even zweven
Foto
Landkokerjuffer 24-02-2026 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Het gewone Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) is één van onze vroegste bloeiers. Niet zelden is dat in januari al het geval. Voor iedereen die reikhalzend uitkijkt naar het voorjaar betekent dit alvast een sprankje lente. Het sneeuwklokje is een bolgewas uit de narcisfamilie, waarvan de bloem wit lijkt, doch feitelijk kleurloos is. Er bestaan 19 soorten sneeuwklokjes, maar intussen zijn er al meer dan 500 gecultiveerde varianten in omloop. Ze vermeerderen zich snel; in de natuur helpen mieren een handje bij de verspreiding. Aan het zaad zitten namelijk aantrekkelijke “mierenbroodjes”. Wellicht ook leuk om te weten is dat één van de vele volksnamen het “vroegopje” is. Verder is het bij velen van u vast niet bekend dat sneeuwklokjes giftig zijn; zowel als blad, bloem en bol.  
Afbeelding
Winterakoniet 26-02-2026 Kanaal Almelo-Nordhorn ZZ Albergen foto Marcel Grunder
We hebben de afgelopen periode meermaals kunnen genieten van zonnige, warme dagen. Hopelijk is het een voorproefje van het voorjaar wat voor de deur staat. De eerste overwinterende aardhommelkoninginnen (Aardhommelgroep - Bombus terrestris / lucorum / magnus / cryptarum) zijn intussen wakker. Ze gaan dan meteen op zoek naar nectar; in dit geval in een bloeiende bonte krokus. De volgende ochtend zat het beestje er nog en heeft kennelijk de nacht tussen de bloemblaadjes doorgebracht. Toen de zon tevoorschijn kwam, kwam deze koningin weer tot leven en ging meteen op zoek naar een geschikte plek voor het stichten van een kolonie. Ze is overigens niet snel tevreden. Druk zoemend vliegt de dame doorgaans langzaam en laag over de grond en bekijkt het “huizenaanbod” in de buurt. Dat kan een gaatje in een muur zijn, een verlaten muizenholletje of ergens onder een graspol. 
Foto
Snorzweefvlieg 27-02-2026 museumtuin Natura Docet foto Wim Wijering
Een heel merkwaardige foto werd deze maand gemaakt van een fraai, maar ook vreemd uitziend kokertje, vol met (gekleurde) zandkorreltjes. Hierin schuilt de larve van een schietmot, die we kennen als Landkokerjuffer (Enoicyla pusilla). Als je heel goed kijkt zie je zelfs enkele lange kopharen van de larve. Het is de enige kokerjuffer in ons land waarvan de larven op het land leven. Ze zijn te vinden in bossen, bijvoorbeeld onder dood hout, in vochtige bermen, tussen de vegetatie, maar ook in nesten van de rode bosmier. De landkokerjuffer is sowieso een eigenaardige soort. Het volwassen mannetje ziet er heel normaal uit, zoals een schietmot eruit hoort te zien. Het vrouwtje is daarentegen - als enige van de in ons land voorkomende schietmotten - ongevleugeld. De soort is weliswaar niet zeldzaam in ons land, maar hoe vind je in vredesnaam dergelijke schietmotlarvenkokertjes!
De Rhododendronknopvreter (Seifertia azaleae) is een uitzonderlijk zwammetje. Deze parasiet komt namelijk voor op de dode knoppen van de rododendron. Het zijn, zoals op de foto te zien, hele kleine zwarte “knopspelden”. Verantwoordelijk hiervoor is de fraai gekleurde rhododendroncicade (Graphocephala coccinea). De bloemknoppen van de rododendron worden tijdens het leggen van de eitjes besmet met de schimmel die de cicade bij zich draagt. Deze knoppen komen om die reden niet uit, maar worden als het ware gemummificeerd. De zwammetjes zijn het jaar daarop pas zichtbaar. Wat u dus ziet, is het resultaat uit jaargang 2025. Of we met dit alles blij moeten zijn is een tweede. Beide zijn namelijk exoten die met plantmateriaal ooit eens in Nederland terecht zijn gekomen. Het ziet er naar uit dat ze zich de laatste jaren ook nog eens fors hebben uitgebreid.
Foto
Kalkkopjes onbekend 13-02-2026 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Foto
Rhododendronknopvreters 27-02-2026 museumtuin Natura Docet foto Wim Wijering
Voordat we overschakelen naar een hele rits vogelfoto’s, laten we u eerst nog een tweede merkwaardige foto zien. Het ziet eruit als een minuscuul kerstboompje, maar in werkelijkheid zijn het Kalkkopjes, behorend tot het geslacht (Physarum). Het zijn hele kleine slijmzwammetjes oftewel myxomyceten, die werden gevonden in de buurt van de Lochemse Bronsbergen. Het geheel is niet veel groter dan 8 mm!  Het is bijzonder lastig om kalkkopjes op naam te brengen, vooral als ze in hun laatste fase verkeren. Ze zijn dan ook ingevoerd als (Physarum spec.). In ons land komen veel kalkkopjes voor, zoals het niervormig, oranjegeel, opensplijtend, reuzenhart, knikkend, vroeg, fijn, geaderd, gedeukt en fors kalkkopje om er maar een aantal te noemen.
Over nu naar de vogelwereld; te beginnen met een 3-tal vinkachtigen, zoals deze Keep (Fringilla montifringilla). Het is in feite de noordelijke tegenhanger van onze vink. Als broedvogel kom je ‘m in ons land vrijwel niet tegen. Hoe anders is dat in Scandinavië, waar de keep één van de meest talrijke broedvogels is. Gek genoeg ontbreekt daar dan weer de gewone Vink (Fringilla coelebs), die bij ons juist zo talrijk is. In de winter verblijven soms forse aantallen Scandinavische kepen in Nederland. Dat is echter lang niet elke winter het geval.  Ook deze winter hebben we daar niets van gemerkt. Vinken en kepen trekken graag in gemengde groepen met elkaar op, zoals ook in de onderhavige situatie. Als zo’n groep opvliegt, dan haal je de kepen er zo tussenuit. Hun witte stuit valt namelijk onmiddellijk op. Op de foto ziet u een vrouwtje in een kleine beuk. 
Foto
Keep ~ vrouw ~ 07-02-2026 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Foto
Sijs ~ man water drinkend ~ 26-02-2026 Omgeving Reutum foto Wim Wijering
In Reutum kon een andere vinkachtige op de kiek worden gezet. Het gaat om een Sijs (Spinus spinus), die bezig is z’n dorst te lessen. Zaadeters, zoals sijzen, drinken logischerwijs veel meer dan insecteneters. Water is sowieso voor vogels belangrijk. Niet alleen voor het drinken, maar ook om erin te kunnen badderen. De spitse kegelvormige snavel van de sijs is uitermate geschikt om zaden uit berkenkatjes, elzenproppen en sparappeltjes te peuteren. Niet zelden kom je ze ook tegen in lariksbossen. Groepen foeragerende sijzen kunnen variëren van enkele vogels tot soms wel een paar honderd bij elkaar. Ze zijn in de vlucht opvallend luidruchtig. Op de foto is het opvallend groengeel gekleurde verenpakje te zien van een mannetje, compleet met zwarte kruin, kin en vleugelstrepen
Foto
Appelvink ~ man drinkend ~ 27-02-2026 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Een andere mooie vinkensoort, die zich ook bij het water liet “verschalken”, betrof dit fraaie mannetje van de Appelvink (Coccothraustes coccothraustes). Deze forse vinkensoort zie je doorgaans niet op de grond, tenzij ze dorst hebben, zoals ook in dit geval. Deze pittenkraker met zijn kolossale snavel en korte staart gedraagt zich doorgaans heel onopvallend, hoog in de bomen. Daar doen ze zich tegoed aan de knoppen van allerlei bomen. Later in het seizoen eten ze ook graag de “helikopterzaden” van de esdoorn maar ook de nootjes van de (haag)beuk. Beide zaden zijn zowel olie- als energierijk. Kersen- en pruimenpitten en andere zaden worden evenmin door deze krachtpatser versmaad.  Het zonnetje hielp mee om de vogel in de spotlights te krijgen.
Foto
Glanskop 26-02-2026 omgeving Reutum foto Wim Wijering
Net als de keep is ook de Glanskop (Poecile palustris) in de winter voor een belangrijk deel van zijn voedsel afhankelijk van de beuk. De nootjes van deze boom zijn voor de glanskop van groot belang, omdat ze er vrijwel de hele winter van leven. Gelukkig hebben ze tegenwoordig ook een alternatief. Ze maken namelijk graag gebruik van de rijkelijk gedekte voedertafels. Vooral op zonnepitten en ongebrande pinda’s zijn ze verzot. In de broedtijd en de zomer leven ze vrijwel uitsluitend van insecten en andere ongewervelde diertjes. Dat vereist een hoge mate van aanpassing. Glanskoppen hebben een duidelijke voorkeur voor oud loofbos. Het zijn geen trek- of zwerfvogels, maar overwinteren in hetzelfde gebied als waar ze broeden
Er zijn de afgelopen maanden meerdere foto’s gemaakt van de Middelste Bonte Specht (Leiopicus medius); een teken aan de wand dat het met deze soort wel goed zit. De middelste laat zich nochtans vaak “de kaas van het brood “eten door z’n grotere broer, de grote bonte specht. Die laatste jaagt ‘m vaak weg bij geschikte foerageerplekken. Dat is overigens niets nieuws in de vogelwereld. Dat doen namelijk veel meer vogels. Als je erop let, zie je vaker hoe de pikorde of met een mooi woord – de dominantiehiërarchie – in de natuur in elkaar steekt. Mannetjes zijn doorgaans dominant ten opzichte van vrouwtjes en volwassen vogels zijn dominant voor wat betreft jonge vogels. We komen op dit thema vanwege deze foto, waarop een agressieve uitbarsting bij de Middelste Bonte Specht te zien is. Dat had alles te maken met een al te brutale boomklever, die helaas net buiten beeld bleef. 
Foto
Middelste bonte specht ~ agressieve houding ~ 02-02-2026 omgeving Reutum foto Leo Wijering
Foto
Koperwiek 27-02-2026 Lange Maten Reutum foto Marcel Grunder
Op dezelfde locatie kon ook deze Koperwiek (Turdus iliacus) worden vereeuwigd. Deze kleine lijsterachtige doet zijn naam alle eer aan als je kijkt naar de koperkleurige oksels en flanken. Let verder ook op de opvallende oogstreep. Ze zijn in ons land te zien vanaf het najaar tot in de vroege lente; vaak in gezelschap van kramsvogels. In de broedtijd voeden ze zich met allerlei ongewervelde diertjes, zoals regenwormen en slakken. In het najaar en in de winter schakelen ze vrijwel geheel en al over op allerlei bessen. Daarbij valt te denken aan de vruchten van vuilboom, krentenboom, meidoorn, lijsterbes, vlier, klimop, hulst en braam. Ook fruitsoorten, zoals appel en peer, worden niet versmaad. Broeden doen koperwieken niet in ons land. Dat doen ze voornamelijk in de berkenbossen van Scandinavië
Op de voorlaatste dag van de kalendermaand liet bij één van onze fotografen in de tuin een Zanglijster (Turdus philomelos) het leven. Kort daarvoor zong het beestje nog z’n hoogste lied. Zoals op de foto te zien werd deze voorjaarszanger - na even niet te hebben opgelet - een prooi voor dit volwassen Sperwermannetje (Accipiter nisus). Bij het zien van dit tafereeltje denk je onwillekeurig terug aan het liedje van Robert Long uit 1988 “vanmorgen vloog ze nog”. Vanuit de woonkamer kon dit alles van heel nabij worden gevolgd tot aan het plukken toe. Da’s toch even slikken, ook al weet je dat in de natuur leven en dood heel dichtbij elkaar liggen. Het is nu eenmaal eten en gegeten worden. Dat laat onverlet dat het nochtans een bijzondere foto is geworden. 
Foto
Sperwer ~ 2e jaarsvogel ~ 09-02-2026 omgeving Reutum foto Leo Wijering
Foto
Sperwer ~ man met zanglijster als prooi - 27-02-2026 Kanaal Almelo-Nordhorn ZZ Albergen foto Marcel Grunder
Op een andere locatie werd een tweede Sperwer (Accipiter nisus) gefotografeerd. Dit exemplaar verschilt duidelijk van de vogel op voorgaande foto. Het is dan ook een onvolwassen vogel; vrijwel zeker een tweedejaars mannetje. Let maar eens op de kleurverschillen tussen beide vogels. Mooi is hier de verhoudingswijs lange staart te zien, met brede bandering. Meestal zitten sperwers op verscholen plekken, waar ze foeragerende vogels (hun prooi) nauwlettend in de gaten houden. Ze zijn vaak zo gefixeerd op hun prooi dat ze niet zelden tijdens hun jachtvlucht tegen glas- of gaaswerk vliegen. De belangrijkste prooien zijn zangvogels, zoals mussen, vinken, mezen en spreeuwen. Het mannetje is “by the way” een stuk kleiner dan het vrouwtje.  
Het is me deze winter opgevallen dat er beduidend minder Buizerds (Buteo buteo) te zien waren dan voorgaande jaren. Dat zal ongetwijfeld met het geringe prooi-aanbod te maken hebben gehad. De buizerd is echter wel een opportunist, die in feite alles eet waar maar vlees aan zit, tot aan aas toe. In dit jaargetijde bivakkeren er in ons land doorgaans beduidend meer buizerds dan in de zomer. Dat komt omdat veel Scandinavische buizerds zuidwaarts afzakken en hier de winter doorbrengen. Sommige exemplaren zijn afkomstig uit gebieden waar ze geen mensen kennen en zijn daarom minder schuw. Waarschijnlijk was dat ook het geval bij deze ~ naar prooi spiedende ~ buizerd. Zoals iedereen weet, kan het verenkleed van een buizerd zeer variabel zijn. 
Foto
Buizerd 27-02-2026 Lange Maten Reutum foto Marcel Grunder
Foto
Ooievaar ~ foeragerend ~ -26-02-2026 Losser foto Leo Wijering kopie
Medio februari zagen we de eerste Ooievaars (Ciconia ciconia) alweer terugkeren uit zuidelijker streken. “Onze” ooievaars overwinteren hoofdzakelijk in Zuid-Europa en in West-Afrika. Gaandeweg komen er steeds meer. Op enkele plekken hebben ze het nest van vorig jaar alweer opgezocht. Het blijkt dat ooievaars tegenwoordig ruim een maand eerder in hun broedgebied terugkeren dan 40 jaar geleden. Ze kunnen dus eerder het nest bezetten en opbouwen en starten vroeger met broeden. Voorwaarde is natuurlijk wel dat er voldoende voedsel moet zijn. In de vlucht zijn ooievaars herkenbaar aan hun gestrekte hals. Dit in tegenstelling tot reigers, die hun hals intrekken.
In het recente verleden werd de hier afgebeelde eendensoort aangeduid als toppereend. Tegenwoordig kennen we ‘m als Topper (Aythya marila); geen zanger overigens. De inkorting van de naam kennen we bijvoorbeeld ook van de Eider (Somateria mollissima), die tot voor kort als eidereend door het leven ging. De soort heeft wel wat weg van een kuifeend, maar is forser en heeft een herkenbare grijze rug. Wat het soms moeilijk maakt, is dat het niet zelden voorkomt dat kuifeenden met toppers kruisen. Nederland is trouwens een belangrijk overwinteringsgebied voor de soort. Ze zijn afkomstig uit Noord-Europa en Siberië. Fraaie toppermannetjes krijgen we in onze contreien maar sporadisch te zien. Plekken waar dit zo nu en dan gebeurt, zijn de Oelemars bij Losser, de Domelaar bij Markelo, het Kristalbad bij Enschede en de Leemslagenplas bij Almelo. Dit exemplaar werd overigens gefotografeerd bij ’t Genseler in Hengelo.
Foto
Topper 14-02-2026 't Genseler Hengelo foto Rob Zonder
Foto
Mandarijneend ~ paartje ~ met wilde eend 05-02-2026 Kleikoel bij Ootmarsum foto Leo Wijering
Bij de Kleikoel in de buurt van Ootmarsum zat op 5 februari, toen er nog ijs op lag, dit paartje Mandarijneend (Aix galericulata). Van oorsprong is deze tropisch uitziende eendensoort inheems in Oost-Azië. Ontsnapte of wellicht moedwillig vrijgelaten vogels uit watervogelcollecties hebben zich in ons land weten te handhaven. Broeden doen ze hier namelijk al sinds 1970. De vogels, die we nu in de vrije natuur tegenkomen staan te boek als exoot en genieten geen wettelijke bescherming. Het zijn vrijwel zeker nazaten van oorspronkelijk gehouden vogels. Een dag later zaten op datzelfde watertje nota bene 9 mandarijneenden (5 mannetjes en 4 vrouwtjes). Om zich voort te planten maakt deze soort graag gebruik van boomholtes; niet zelden ook uilenkasten. 
In tegenstelling tot de wilde eend, gaat het de Krakeend (Anas strepera) voor de wind, Deze soort heeft zich de afgelopen jaren in ons land met de factor 10 vermenigvuldigd. In de winter komen er zelfs nog meer krakeenden uit het Noordwesten van Europa bij om hier de koude maanden door te brengen. Ze geven de voorkeur aan binnenwateren. Nochtans zijn ze ook geregeld in het kustgebied (brak water) aan te treffen. Een krakeend is kleiner, maar vooral ook slanker dan de wilde eend. Op bijgaande foto zijn fraai de witte met kastanjebruine vleugeldekveren te zien, welke kenmerkend zijn voor volwassen mannetjes. Het krakeendvrouwtje lijkt veel op het vrouwtje van de wilde eend. Het verschil zit ‘m in de oranje gele snavelrand en de witte “spiegel” in de vleugel
Foto
Kuifduiker ~ met gevangen baars ~ 14-02-2026 Zwaaikom Hengelo foto Rob Zonder
Foto
Krakeend ~ man foeragerend ~ 27-02-2026 Oelemars Losser foto Leo Wijering kopie
 In ons land kennen we 5 soorten futen. Dat zijn achtereenvolgens de (gewone) fuut, de roodhalsfuut, de geoorde fuut, de dodaars en de hier afgebeelde Kuifduiker (Podiceps auritus). Deze soort trekt in ons land in zeer kleine aantallen door en overwintert hier ook. Broeden doen ze evenwel in Noord-Europa en IJsland. Ze zijn zowel langs de Noordzeekust te zien, maar ook op binnenwateren, zoals hier op de Zwaaikom in Hengelo. Het is een mooi gezicht om te zien hoe dit actieve duikertje telkens met een plons onder water duikt om daarna weer met een visje o.i.d. boven te komen. In dit geval is dat een baarsje. Jammer dat we ’t beestje hier zien in z’n zwartgrijze winterkleed. De goudgele pluimen aan weerszijden van de kop verschijnen pas tijdens het broed- c.q. zomerkleed.
De kleinste van de vijf soorten futen die je in ons land kunt tegenkomen, is de Dodaars (Tachybaptes ruficollis). Ze zijn nogal schuw van aard en duiken bij het minste of geringste onder water. Om maar niet opgemerkt te worden klampen ze zich onder water vast aan waterplanten. De snavel wordt daarbij als een soort snorkel boven water gehouden. Het lichaam van de dodaars is gedrongen en in de winterperiode onopvallend grijsbruin van kleur, zoals op de foto te zien. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden. Ze leven van allerlei waterinsecten, larven, slakjes, kleine schaaldieren, kleine amfibieën en vis. Tijdens strenge winters kunnen er behoorlijke verliezen optreden. Ook een te droog voorjaar doet de soort meestal geen goed. De opname is maakt op het Kristalbad tussen Enschede en Hengelo.
Foto
Dodaars ~ winterkleed ~ 14-02-2026 Kristalbad Hengelo foto Rob Zonder
Foto
Heidekoeien 25-02-2026 Manderheide foto Wim Wijering II.jpg
De mossenwereld is een fascinerende wereld, die vooral tot leven komt als de rest van de natuur in diepe winterslaap is. Op een grauwe winterse dag kun je daar dan zomaar ineens mee te maken krijgen ten tijde van schaduw en licht. De fotograaf in kwestie heeft namelijk gebruik gemaakt van deze gespiegelde sporenkapseltjes (links op de foto) voor een mooie compositie. De kapsels van mossen kun je trouwens in allerlei tinten en vormen tegenkomen; van groen, geel, bruin tot oranjerood. Als de sporen rijp zijn, is het wachten op regen, waarna de geslachtelijke voortplanting via sporen kan plaats vinden. Op die manier ontstaan er steeds weer nieuwe mosplantjes. 
In deze kalendersessie is er voor de verandering ook eens aandacht voor de Heidekoe, een runderras, die je sinds 2021weer op de Manderheide kunt zien grazen. Om te voorkomen dat de Manderheide dichtgroeit met bomen en grassen, laat Landschap Overijssel hier de heidekoe grazen. Dit speciale en zeldzame rund eet niet alleen grassen maar ook jong hout, zoals berkjes en vuilboom. Ook pijpestrootje, andere grassen en kruiden die je in heideterreinen vindt, lusten ze graag. Door hun graasgedrag helpen ze niet alleen de heide open te houden, ze vergroten ook de biodiversiteit. De heidekoe is een oud-Nederlands ras en ontzettend sterk. De dieren kunnen uitstekend tegen de kou en hebben zelden parasieten of ziektes. In de winter hebben ze zelfs geen extra voedsel nodig
Foto
Sporenkapsels ~ 25-02-2026 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Foto
Peddemorsplas ~ bij sneeuwval ~ 16-02-2026 Weerselo foto Wim Wijering
De laatste foto van de maand laat zien dat het ook in de kalendermaand gesneeuwd heeft, ook al heeft dat niet al te lang geduurd. Het betreft een landschapsfoto van de Peddemorsplas in Weerselo; een locatie die wij voor biodiversiteitsdoeleinden hebben mogen “adopteren” van de gemeente Dinkelland. Tijdens het bloei- en groeiseizoen ziet het er hier niet alleen erg kleurrijk uit, maar zit het ook vol met allerlei soorten insecten. Verder vliegen er diverse dag- en nachtvlinders, als ook libellen en juffers en herbergt de plas ook menige vogelsoort. Dit is het tiende jaar dat we de plas mogen onderhouden; tijd dus voor een presentatie over de ontwikkeling. Dat gaat tijdens de najaar bijeenkomst in november gebeuren. 
Samenstelling: Wim Wijering     E-mail: [email protected]     Tel. 06.46202123 
​
De foto’s zijn dit keer van: Leo, Fons en Wim Wijering, Marcel Grunder en Rob Zonder.
Er zijn deze maand – zoals te doen gebruikelijk – uiteraard meer natuurfoto’s gemaakt; evenwel zonder toelichting. Klik op “Hier” of surf eenvoudigweg naar de rubriek “Recente Foto’s” om ook van deze foto’s te kunnen genieten.
Copyright © 2014 Natuur en Vogelwerkgroep "De Grutto" | Sitemap | Colofon | ​Contact​