NATUUR- EN VOGELWERKGROEP --"DE GRUTTO"
  • Home
  • Werkgroepen
    • Weidevogel bescherming
    • Aktiviteiten >
      • Landschapsonderhoud
      • Excursie verslagen
      • Ringaktiviteiten
      • Waarnemingen
    • Uilen
    • Zwaluwen
    • Nestkasten
  • Foto 's
    • Recente foto's
    • Natuurkalender
    • Amfibieën en reptielen
    • Flora
    • Juffers en libellen
    • Landschappen
    • Paddenstoelen
    • Vlinders
    • Vogels
    • Zoogdieren
    • Aruba
  • Jeugd
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2020
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2019
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2018
    • Scholenproject Red de vlinder en de Bij 2017
    • Scholenproject Red de vlinder en de bij 2016
    • Jeugdnatuurgroep
    • Voorlichting en educatie
  • Overig
    • Vogeltrektellingen
    • Soortbeschrijving
    • Bijzondere verhalen
    • Reisverslagen
    • Natuurnieuws
    • Vraag en Antwoord
    • Uit de oude doos
    • In memoriam
  • Contact

natuurkalender januari 2025

De maand augustus verliep vooral droog en zonnig en maakte deel uit van een op drie na warmste zomer. Dat tekent de opwarming van het klimaat. Net als in de maand juli kregen we tussen 10 en 15 augustus te maken met een hittegolf. Twee officiële hittegolven in één jaar is heel bijzonder. Dat komt namelijk maar hoogst zelden voor. De rest van de maand kregen we gelukkig te maken met normalere temperaturen. 

Qua fotografie was augustus wat minder spectaculair dan een maand eerder. Toch was er in de natuur best nog veel te beleven. De vogels kregen deze maand bijvoorbeeld weer beduidend meer aandacht. Aan bod komen dan ook: groene specht, middelste bonte specht, kleine bonte specht, kuifmees, boomkruiper, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, zanglijster, tapuit, ijsvogel en torenvalk.

Uit de vlinder- en libellenhoek komen voorbij: staartblauwtje en oranje luzernevlinder, terwijl qua libellen blauwe glazenmaker en paardenbijter de revue passeren.

Verder komen voorbij: gele veenzweefvlieg, puntbijvlieg, geel gerande watertor en 2 x (gebundeld) netpluimpje. De 5 laatste foto’s zijn door onze jongste natuurfotograaf gemaakt tijdens een natuurtrip naar Kirgizië. Te zien zijn: altaimarmot, blauwkoproodstaart, 2 vlindersoorten uit de families Heremieten en Zandoogjes en een landschapsfoto, die we de titel “het dak van de wereld” hebben meegegeven. 
​
Wij hopen dat u onze foto’s weer weet te waarderen. Alle opnames kunt u vergroot bekijken door er simpelweg op te klikken. Wij wensen u als steeds veel kijk- en leesplezier en beginnen met een 3-tal spechtensoorten.
Afbeelding
Groene specht ~ juveniele vrouw ~ 21-08-2025 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Deze maand hebben we gelukkig weer wat meer vogelopnames kunnen maken. De eerste, die we u willen laten zien is deze sfeerfoto van een Groene specht (Picus viridis), foeragerend op de stam van een zware lariks. Het is nog een juveniele vogel, wat te zien is aan het gespikkelde verenkleed. Het ontbreken van rood onder het oog verraadt verder dat het een vrouwtje is. Zwart of rood onder het oog is in de regel het belangrijkste verschil tussen de beide geslachten. Groene spechten zitten graag en vaak op de grond. Daar doen ze zich te goed aan vooral mieren. Het is een relatief grote specht, die vaker wordt gehoord (”lachen”) dan gezien. Bij deze foto is goed gebruik gemaakt van het diffuse licht in het bos en “het zonnetje” op een belangrijk deel van het verenkleed.
In de 80 ’er en ’90 ‘er jaren was de Middelste Bonte Specht (Leiopicus medius) nog zeldzaam in ons land. De afgelopen 35 jaar kunnen we evenwel spreken van een sterke toename. Vooral Twente is nog steeds een bolwerk voor deze soort met in 2021 nog ruim 400 territoria. Dat is bijna een kwart van de landelijke populatie. De rek is er bij deze soort evenwel nog steeds niet uit. De soort rukt nog steeds noordwaarts op. De rozige onderbuik met streepjes en het rode petje zijn goede determinatiekenmerken, zoals te zien op bijgaande foto. De soort is vooral gebaat bij oude eikenbossen met veel dood hout.
Foto
Kleine bonte specht ~ man ~ 11-08-2025 Lange Maten Reutum foto Wim Wijering
Afbeelding
Middelste bonte specht ~ vrouwtje ~ 11-08-2025 Lange Maten Reutum foto Wim Wijering
Op dezelfde dag en op dezelfde locatie kon ook het mannetje van de Kleine Bonte Specht (Dryobates minor) worden geportretteerd. Deze soort doet z’n naam alle eer aan. Het is een bont mini-spechtje; niet veel groter dan een mus. Mannetjes hebben een felrode kruin, zoals op de foto valt te zien. Het beestje was niet erg standvastig en liet zich gemakkelijk verjagen door een boomklever. In tegenstelling tot de meeste spechten is het geen uitgesproken bosvogel. Z’n voorkeur gaat uit naar de wat nattere gebieden. Ze zijn echter ook te vinden in een omgeving met verspreid staande bomen, zoals boomgaarden en parken. Je krijgt je ‘m niet al te vaak binnen zichtbereik. Slechts zijn roep  / zang  - een valk- of draaihalsachtig 'kikiki' - wil hem nog wel eens verraden. Dat was in de onderhavige situatie ook het geval. 
Een typische naaldhoutbewoner is de Kuifmees (Lophophanus cristatus), die met geen van de andere mezensoorten is te verwisselen. Het zwart met witte kuifje, die vooral bij opwinding goed te zien is, maakt de beweeglijke vogel heel herkenbaar. Ook de zwarte oogstreep en de zwarte halsband zijn goede kenmerken. Meestal houden ze zich buiten het broedseizoen in groepjes op in de boomtoppen. Op de grond zie je ze niet al te vaak, tenzij ze dorst hebben. Ze verraden hun aanwezigheid vooral door hun typerende roep.  In de zomer bestaat het voedsel van de kuifmees vrijwel geheel uit insecten. In de winter daarentegen worden voornamelijk zaden gegeten. In deze periode zwerft de kuifmees rond in zijn eigen leefgebied en sluit zich zo nu en dan aan bij groepen andere mezen. Van kuifmezen zijn geen echte trekbewegingen bekend.
Foto
Kuifmees ~ op mos ~ 26-08-2025 omgeving Vorden foto Wim Wijering
Foto
Boomkruiper 11-08-2025 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Alhoewel Boomkruipers (Certhia brachydactyla) beslist niet zeldzaam zijn, vallen ze vrijwel niet op als ze langs stammen van volgroeide bomen omhoogklauteren. Ze zijn bovendien uitstekend gecamoufleerd. Pas als ze hun contactroep of zang laten horen verraden ze hun aanwezigheid. Met hun sikkelvormige snavel zoeken ze naar insecten(larven) op en in de schors. Als een stil muisje kruipen ze spiraalsgewijs vanaf het onderste deel van de stam naar boven. Daarna vliegen ze naar een andere boom en beginnen weer vanonderaf aan. Kennelijk maakt het voortdurend zoeken naar voedsel dorstig. Dit exemplaar kwam in ieder geval z’n dorst lessen. De stijve staartveren, die de vogel benut bij het klimmen, zijn bij deze opname goed te zien.  Het beestje kon in de late namorgen worden “gevangen” bij mooi licht.
Dat laatste geldt ook voor de beeltenis van deze Gekraagde Roodstaart (Phoenicurus phoenicurus), waarbij de lichtval eveneens een belangrijke rol speelt. We hebben bij deze vogel te maken met een jong mannetje wat nog op kleur moet komen. Tot zover heeft dit mannetje de eerste maanden van z’n nog prille leventje goed doorstaan. Bij langere observatie van roodstaarten is vaak het karakteristieke trillen van de staart te zien. Het zijn vooral holenbroeders. In tegenstelling tot bonte vliegenvangers maken ze evenwel geen overdadig gebruik van nestkasten. Het is bovendien een tamelijk schuwe soort. Als je de zang kent, zijn ze een stuk gemakkelijker te traceren. Net als veel andere soorten, is ook de gekraagde roodstaart lang niet meer zo algemeen als enkele 10-tallen jaren geleden.
Foto
Gekraagde Roodstaart-man juveniel~15-08-2025~omgeving Lochem foto Fons Wijering
Foto
Grauwe vliegenvanger 26-08-2025 kanaal ZZ Albergen foto Marcel Grunder
Grauwe Vliegenvangers (Muscicapa striata) zijn de laatste jaren eveneens een stuk zeldzamer geworden. Ze leven, zoals de naam al duidelijk maakt, van (vliegende) insecten, die veelal in de vlucht worden gevangen. Ze maken daarbij graag gebruik van vaste uitkijkposten. Het zijn weinig opvallende vogels; de “striping” op kruin en borst niet meegerekend. Vanaf vaste zitplekken zitten ze voortdurend voorbijvliegende insecten “achter de broek”.  Dat kunnen zowel vliegen, bijen, hommels, wespen als vlinders zijn. Ze staan er verder om bekend dat ze niet zelden gebruik maken van merkwaardige nestlocaties. Daarbij moet je denken aan houdbare kerstkansen, bloempotten, andere ornamenten en halfopen nestkasten. Zeven jaar geleden werd zelfs in ons Verenigingsgebied een paartje in een huiszwaluwnest aangetroffen.
Zanglijsters (Turdus philomelos) doen vooral in het voorjaar hun naam alle eer aan. Ze zingen vroeg in de ochtend en in de schemering. Dan is het een genot om naar ze te luisteren. Ze staan met name bekend om het herhalen van de tonen. Er is veel gelijkenis met de grotere broer; de grote lijster. In Albergen kon dit exemplaar worden vereeuwigd, die even tevoren een engerling (larve van meikevers e.d.) had buit gemaakt. Het menu bestaat verder uit insecten, pissebedden, duizendpoten, wormen en slakken. Over dat laatste gesproken: Typisch voor de zanglijster is dat ze op vaste plekken slakkenhuizen kapotslaan om zo bij het slakkenvlees te kunnen komen. Soms ligt het er vol mee. Deze plekken worden smidsen genoemd. In tegenstelling tot de meeste andere zangvogels gebruikt de zanglijster klei voor het maken van de nestkom. Deze moet eerst drogen voordat met broeden kan worden begonnen
Foto
Zanglijster ~ met engerling ~ 28-08-2025 kanaal ZZ Albergen foto Marcel Grunder
Foto
IJsvogel ~ juveniel mannetje met voorntje ~ 11-08-2025 Oelemars Losser foto Leo Wijering
Als tegenwicht op de reclame van “Bolletje”, hebben wij een nieuwe slogan bedacht, namelijk “alleen voor een tapuit trek ik er met de camera op uit”.  Dat geldt in deze periode natuurlijk alleen voor de maanden augustus en september, wanneer de doortrek van de Tapuit (Oenanthe oenanthe) plaats vindt. Dan namelijk zien we ze vaak in familieverband op akkerlanden zitten en op weidepaaltjes of in dit geval op gemaaid gras. Onderweg naar het zuiden moet immers bij voortduring de voedselvoorraad worden aangevuld. Als tapuiten opvliegen is de opvallende staarttekening te zien; te weten een zwarte T-vorm op een verder witte staart. Zo te zien gaat het in dit geval om een eerstejaarsvogel. Als broedvogel heeft de soort het moeilijk in ons land. In de loop der jaren is er veel nestgelegenheid verloren gegaan
Al een poosje hebben we geen opname meer laten zien van een IJsvogel (Alcedo atthis). Tijd dus voor een aansprekende foto van de vogel met het bijna exotisch aandoende uiterlijk. De soort spreekt bij veel mensen nog altijd tot de verbeelding. Een ijsvogel eet voornamelijk vis, die met een precisieduik in het water wordt bemachtigd. De vis wordt ~ voorafgaand aan het dooslikken ~ eerst tegen een tak gemept, zodat deze wordt gedood of verdoofd. De vogel draait vervolgens de kop van de prooi zodanig (zoals te zien op de foto) dat deze als eerste in het keelgat verdwijnt. Op deze manier wordt de rugvin met de stekels plat gelegd en blijft niet in het keelgat steken. Vervolgens wordt deze in z’n geheel doorgeslikt. Bij het afgebeelde exemplaar hebben we te maken met een mannetje. Dat is te zien aan de zwarte kleur van de beide snavelhelften
Foto
Tapuit ~ op gemaaid gras ~ 18-08-2025 Reutummer-es foto Leo Wijering
Foto
Torenvalk ~ man in vlucht ~ 24-08-2025 Engbertsdijksvenen foto Rob Zonder
Een minstens zo aansprekende foto is die van dit Torenvalkmannetje (Falco tinnunculus), die met de camera in de “turbostand” in de vlucht kon worden gefotografeerd. Het moet gezegd dat dat bij deze opname buitengewoon goed is gelukt. Bij vogelfotografie kies je in de regel voor een zeer korte sluitertijd om de beweging te bevriezen. Dit helpt uiteraard om onscherpe foto's te voorkomen. De foto is in dit geval gemaakt met een Sony ILCE -7M3 camera met een belichtingstijd van 1/2500 sec, een ISO-instelling van 1250 en een brandpuntafstand van 560 mm. Met de resolutie en de beeldkwaliteit van dit model is - afgaand op de foto - totaal niets mis. Het gaat overigens niet goed met de torenvalk in Nederland. Daarom is de soort al in 2017 op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels terechtgekomen
In tegenstelling tot veel andere vlindersoorten in ons land doet het Staartblauwtje (Cupido argiades) het goed. Medio augustus werden er bij de Vlinderstichting en bij Waarneming.Nl veel exemplaren gemeld en dat is opmerkelijk. Na 78 jaar afwezigheid werd het eerste exemplaar pas weer ontdekt in 2011 in Zuid-Limburg. Sinds 2017 is er bij deze soort sprake van een forse toename, zo ook in de verspreiding. Dit exemplaar (een mannetje) werd gefotografeerd in de buurt van Barchem (het Hagenbeek). Als je goed kijkt zie je op de beide achtervleugels een klein “staartje”, waar dit blauwtje z’n naam aan te danken heeft. De onderkant van de vleugels ziet er zilvergrijs uit met kleine zwarte stippen, wat doet denken aan een boomblauwtje. De zwart gerande oranje oogvlekken geven evenwel de doorslag, want die ontbreken bij het boomblauwtje.
Foto
Staartblauwtje ~ vrouwtje op rolklaver ~ 19-08-2025 het Hagenbeek Barchem foto Marcel Grunder
Foto
Oranje luzernevlinder ~ paring ~ 14-08-2025 Zoekerveld Saasveld foto Johan Drop
Zowel de Oranje- als de Gele Luzernevlinder zijn trekvlinders. Beide soorten komen ieder voorjaar vanuit Zuid – en Midden-Europa ons land binnen en planten zich hier voort. In de nazomer (waartoe augustus) zijn de nakomelingen hier aanwezig met aanvullingen van vlinders uit Scandinavië. Overleven kunnen beide soorten hier niet. Dat overleven ze niet in de winterperiode. De komende tijd trekken ze dus weer weg naar het Zuiden. Bijgaande opname, waarop de paring van de Oranje Luzernevlinder (Colias crocea) te zien is, is gemaakt in het Zoekerveld in Weerselo. Beide luzernevlinders voeden zich in de regel met nectar van verschillende kruiden. Luzerne en rode klaver zijn evenwel favoriet.  Als ze met gesloten vleugels gefotografeerd worden, zijn ze qua uiterlijk vrijwel niet uit elkaar te houden.
Zoals bij veel meer diersoorten het geval, correspondeert de naamgeving van de Paardenbijter (Aeshna mixta) niet met de werkelijkheid. Deze glazenmakersoort bijt namelijk helemaal geen paarden, maar scheert vaak alleen maar op zeer korte afstand over de dieren heen. Ze doen dit om muggen en vliegen te vangen, waarbij het net lijkt alsof ze bijten. Jagen doen ze niet zelden in groepsverband. De paardenbijter is een algemene libel in ons land, die vooral in de nazomer in grote aantallen wordt gezien. Alhoewel deze soort zich hier voorplant, komen de meeste paardenbijters hierheen vanuit Midden-Europa. Het is namelijk een soort die sterk migreert. Dit verse mannetje werd gefotografeerd in de Wieden.
Foto
Blauwe glazenmaker ~ niet uitgekleurd mannetje ~ 29-08-2025 Engbertsdijksvenen foto Marcel Grunder
Foto
Paardenbijter ~ vers mannetje ~ 07-08-2025 De Auken de Wieden foto Leo Wijering
Een tweede glazenmakersoort is er eentje met een groter formaat; de Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea). Echt blauw is dit exemplaar niet, maar dat komt omdat we hier te maken hebben met een (nog) niet uitgekleurd mannetje. Glazenmakers zijn de libellen met het grootste formaat in Nederland. De “blauwe” kan wel 8 cm lang worden. Het is geen kieskeurige soort als het gaat om z’n habitat. Het enige vereiste is dat er water in de buurt moet zijn. Je kunt ze daardoor op allerlei plekken aantreffen. Ze zijn dan ook best algemeen. Als je deze flink uit de kluiten gewassen libellensoort wilt fotograferen, is het een kwestie van wachten totdat er een prooi gevangen is. Pas dan gaan ze zitten en zijn - als je voorzichtig genoeg bent - goed te fotograferen. Blauwe glazenmakers vliegen vaak laag over de grond om hun omgeving af te speuren en mijden de bebouwde omgeving niet.
Foto
Puntbijvlieg ~ man netje ~ 24-08-2025 Creil NOP foto Wim Wijering
Zweefvliegen lijken in veel gevallen op bijen en wespen; bij dit beestje lijkt d’ie overigens meer op een bij dan op een wesp. Het verschil tussen deze twee soortgroepen zit ‘m niet alleen in het zweefgedrag, maar ook in het aantal vleugels. Zweefvliegen hebben namelijk maar één paar vleugels, terwijl bijen en wespen twee paar hebben. De mannetjes en de vrouwtjes van de zweefvlieg zijn in veel gevallen uit elkaar te houden door te letten op de ogen. Zitten die aan elkaar vast dan hebben we vrijwel altijd te maken met mannetjes. Bij de vrouwtjes zijn de ogen gescheiden van elkaar. Bij deze Puntbijvlieg (Eristalis nemorum) hebben we te maken met een mannetje; dat is in dit geval te zien aan het stompe achterlijf.  Bij het vrouwtje eindigt deze veel puntiger. 
Foto
Gele veenzweefvlieg 28-08-2025 Beuningerveld foto Leo Wijering
De tweede zweefvlieg, die we u willen laten zien is de Gele Veenzweefvlieg (Sericomyia silentis). Deze heeft een meer wespachtig uiterlijk en is pakweg anderhalve cm groot. De soort is daarmee groter dan de meeste andere soorten zweefvliegen. Het beestje werd vastgelegd in het Beuningerachterveld, niet ver van de grens met onze oosterburen. Vochtige (veen)gebieden zijn z’n domein. Met name het achterlijf heeft veel weg van een wesp. De basiskleur is zwart met een drietal heldere gele ringen. Ook de punt van het achterlijf is geel. Op de foto is goed te zien dat het beestje maar één paar vleugels heeft. In Nederland is de soort redelijk algemeen.
De Geelgerande watertor (Dytiscus marginalis) is één van de grootste en bekendste waterkevers van Nederland. Hij kan tot wel 3 tot 4 centimeter lang worden en is goed te herkennen aan de gele rand langs zijn schild. De kever leeft in stilstaand of langzaam stromend water en is een geduchte jager: larven én volwassen dieren eten onder andere insecten, kikkervisjes en zelfs kleine visjes. Een bijzonder detail vind je bij dit mannetje. Op z’n voorpoten hebben ze ronde zuignapjes (zie foto onderkant). Hiermee hechten ze zich tijdens de paring stevig vast aan het gladde schild van het vrouwtje. De kever kan goed zwemmen en maakt onder water gebruik van een luchtbel onder zijn dekschild. Het is een prachtig voorbeeld van aanpassing onder water. De watertor kan als het moet ook vliegen. Dat gebeurt met name 's nachts en bij windstil weer. Dat verklaart wellicht waarom het diertje dood in een auto werd aangetroffen.
Foto
Geelgerande watertor ~ mannetje bovenzijde ~ 23-08-2025 Denekamp foto Gerard Benerink
Afbeelding
Geelgerande watertor ~ onderkant mannetje ~ 23-08-2025 Denekamp foto Gerard Benerink
Foto
(Gebundeld) netpluimpje ~ pril stadium ~ 04-08-2025 omgeving Lochem foto fons Wijering
De slijmzwammen (Mycetozoa) zijn een groep organismen, die zich voortplanten door middel van sporen. Voorheen werden ze tot het schimmelrijk gerekend. Dankzij DNA is duidelijk geworden dat slijmzwammen en schimmels geen directe gemeenschappelijke voorouder hebben. Slijmzwammen zijn dus kortweg gezegd geen paddenstoelen. Ze komen veel voor in ons land, zijn meestal onopvallend, vaak heel klein en goed verborgen. Pas als je je erin verdiept en weet hoe je die ieniemienies kunt vinden en ze op de gevoelige plaat kunt vastleggen, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open. Eén der onzen is daar al een hele poos mee bezig en laat ons aan de hand van twee foto’s meegenieten van de snelle ontwikkeling van één van deze slijmzwammen, waarschijnlijk het Gebundeld netpluimpje (Stemonitis fusca). Afgebeeld ziet u het zeer prille en gelige beginstadium van dit slijmzwammetje.
Het is een bekend gegeven dat een dergelijk slijmzwammetje - ook wel myxomyceet genoemd - zich heel snel kan ontwikkelen. Al snel verkleuren ze naar donkerbruin en vervolgena naar rossig bruin. Dat kan al binnen enkele uren, binnen een dag of soms binnen enkele dagen zijn. Sommigen beweren dat dit al gebeurt waar je bij staat. Dat laatste lijkt ons wat overdreven. Hetzelfde Gebundelde Netpluimpje (Stemonitis fusca), heeft - getuige deze foto – echter binnen een tijdsbestek van 23 uur, zoals u zelf kunt zien, inderdaad wel een volledige metamorfose ondergaan. Ter info: De eerste opname is gemaakt op 04 augustus om 12.39 uur en de tweede op 05 augustus om 11.27 uur.  Over de determinatie zijn we niet geheel zeker, omdat er geen microscopisch onderzoek heeft plaats gevonden. Het zou zo ook maar het Bruin Netpluimpje (Stemonitis virginiensis) kunnen zijn. Hoe wonderlijk is dit allemaal en hoe mooi vastgelegd.
Foto
(Gebundeld) Netpluimpje ~ vervolgstadium 04-08-2025 omgeving Lochem foto Fons Wijering
Foto
Ak-Say Canyon 26-08-2025 Kirgizië foto Jaimey Wilbers
Zoals bij de inleiding reeds vermeld, heeft onze jongste natuurfotograaf met twee natuurvrienden in augustus een natuurtrip gemaakt door Kirgizië. Hieronder, maar ook bij de rubriek recente foto’s, kunt u aan de hand van de foto’s genieten van hun avonturen, veelal door bergachtig gebied. Bezocht is onder meer één van de meest indrukwekkende canyons van Kirgizië; de Ak-Sai Canyon met daarin gelegen het Yssyk-Kul meer met z’n kraakheldere water. Na veel klimwerk sta je hier op enig moment “op het dak van de wereld”, zoals te zien op deze foto. De uitzichtplek is een wereld van bizarre zandstenen rotsformaties die tot aan de horizon lijken te reiken. Op de achtergrond torenen de bergketens met witte sneeuwtoppen boven het landschap uit. Kirgizië is, zoals zij hebben ervaren, een geweldig land met nog veel ongerepte natuur.
In de alpiene steppen, hellingen en alpenweiden tot op een hoogte van 4.000 meter komt de afgebeelde Altaimarmot (Marmota baibacina centralis) voor. Het is een marmot, die zich tegoed doet aan een grote verscheidenheid aan planten. De soort komt voor in het Altai gebergte in het oosten van Kirgizië en het westen van China. Zoals u aan de wetenschappelijke naam kunt zien, is het een ondersoort.  Z’n kop-romplengte is 65 centimeter. Over het algemeen hebben ze een bruingele vacht. De bovenzijde van de kop en de snuit zijn zwart en zwakken af bij de nek en de hals. De altaimarmot is een sociale soort die in kolonies leeft. Ze houden er in de winterperiode een soort winterslaap op na, wat “torpor” wordt genoemd. 
Foto
Blauwkoproodstaart ~ vrouwtje ~ 28-08-2025 Ala Archa NP Kirgizië foto Jaimey Wilbers
Foto
Altaimarmot 23-08-2025 Ala Kul Kirgizië foto Jaimey Wilbers
In de gematigde bossen van het nationale Park Ala Archa in Kirgizië komt de Blauwkoproodstaart (Phoenicurus coeruleocephala) voor. Het is één van de veertien roodstaartsoorten, die we in Europa en Azië rijk zijn. Het is een kleine levendige roodstaart, waarvan het mannetje getooid is met een blauwe kop en rug. Deze kleur contrasteert mooi bij de witte buik. Helaas ontbreekt die mooie blauwe kleur bij het exemplaar op de foto. Het is namelijk een vrouwtje. Het bewuste park ligt op ongeveer een uur rijden van de hoofdstad Bisjkek. Het is één van de mooiste nationale parken in Centraal-Azië en zeer waarschijnlijk de mooiste in Kirgizië. Het is dé perfecte plek voor avonturiers en natuurliefhebbers vanwege de prachtige ongerepte natuur. 
De meeste mensen denken bij Kirgizië aan bergen, joerten, paarden en nomaden en dat is ook precies waar het in dit land om draait. In het plaatsje Tosor, bij het gelijknamige riviertje, vind je al deze ingrediënten plus ook nog een perfect zandstrand met kristalhelder water. Het kleine dorpje ligt aan de oever van het Yssyk-Kul meer; het op één na grootste hooggelegen bergmeer ter wereld. In deze omgeving werd deze vlinder gefotografeerd; een heremietsoort met de wetenschappelijk naam (Chazara sartha). Z’n habitat bestaat uit droge graslanden met struiken, droge en warme stenige plaatsen met struweel en open plekken in bossen. De vlinder vliegt van mei tot eind oktober in één generatie op hoogtes tot 2500 meter boven zeeniveau. Door sommige wetenschappers wordt deze soort beschouwd als een ondersoort van de centraal Aziatische heremietsoort (Chazara kaufmanni). 
Foto
Heremietsoort (Chazara sartha) 26-08-2025 Tosor Kirgizië foto Jaimey Wilbers
Foto
Zandoog (Hyponephele dysdora) 26-08-2025 Tosor Kirgizië foto Jaimey Wilbers
We sluiten deze natuurkalender af met nog een vlindersoort, waarvan we, naast de wetenschappelijke naam maar weinig informatie hebben weten te achterhalen. Het gaat om dit Zandoogje (Hyponephele dysdora), die eveneens in de buurt van Tosor kon worden vereeuwigd. Kirgizië heeft een grote variatie aan habitats, vooral op hoogte. Het land wordt verder extensief gebruikt en nauwelijks bemest. Dat is dan ook goed te merken aan de vlinderfauna. Je kunt er dan ook een grote verscheidenheid aan vlinders vinden, waartoe allerlei zandoogjes. Zoals de naam al doet vermoeden heeft deze familie oogvlekken op de vleugels. Hieraan kun je samen met de grootte, de kleur en de biotoop de vlinder meestal wel op naam brengen. De 18 soorten, die we in ons land hebben, zijn uitgebreid onderzocht en beschreven. Dat is in Kirgizië wel anders.
Samenstelling: Wim Wijering     E-mail: [email protected]     Tel. 06.46202123 
​
De foto’s zijn dit keer van: Leo, Fons en Wim Wijering, Jaimey Wilbers, Marcel Grunder, Rob Zonder, Gerard Benerink en Johan Drop.
Er zijn deze maand nog veel meer natuurfoto’s (daartoe ook soorten uit Kirgizië) gemaakt. Klik daarvoor op “Hier” of surf eenvoudigweg naar de rubriek: “Recente Foto’s”.
Copyright © 2014 Natuur en Vogelwerkgroep "De Grutto" | Sitemap | Colofon | ​Contact​